[home]
[inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]
Samenvatting examenstof biologie VWO - vernieuwde tweede fase
Domein: D4
Celprocessen
Centraal examen
Je kunt verschillende celprocessen, o.a. assimilatie- en dissimilatieprocessen, onderscheiden en in verband brengen met verschillende organisatieniveaus, en aangeven welke factoren daarop van invloed zijn.Benodigde voorkennis uit onderbouw:
- bouw van planten;
- functies van plantaardige weefsels;
- verbranding;
- fotosynthese.
Benodigde voorkennis uit andere subdomeinen
- Uit subdomein B2: vorm en functie van celorganellen;
- kern;
- chloroplasten;
- mitochondriën;
- endoplasmatisch reticulum;
- lysosomen;
- Golgi-systeem;
- Uit subdomein D5: enzymwerking.
StofwisselingJe moet:
- kunnen aangeven dat stofwisselingsprocessen zich in de cellen van een organisme afspelen.
- de begrippen dissimilatie en assimilatie kunnen gebruiken.
- kunnen aangeven dat ATP de energiebron is voor onder andere synthese van stoffen, beweging en actief transport van stoffen.
Assimilatie
- Opbouwreacties
- Omzetten van kleine moleculen in grotere organische moleculen.
- Energie voor nodig.
- Endotherme reacties.
Dissimilatie
- Afbraakreacties
- Grote(re) organische moleculen worden afgebroken tot kleinere moleculen.
- Energie komt vrij.
- Exotherme reacties.
- Energie wordt tijdelijk vastgelegd in ATP .
- ADP + Pi + E (energie) --> ATP
- Deel van de energie komt vrij als warmte.
- ATP kan door andere celonderdelen gebruikt worden als energieleverancier.
Gebruikt voor:
- assimilatie (synthese van stoffen);
- beweging;
- actief transport.
KoolstofassimilatieJe moet:
- kunnen aangeven dat in planten bij de opbouw (assimilatie) van organische stoffen energie wordt vastgelegd.
- kunnen aangeven dat energie voor fotosynthese afkomstig is van licht en onder andere wordt vastgelegd in ATP.
- de reactievergelijking van de fotosynthese kunnen geven, en daarbij de functie van de chloroplasten kunnen aangeven:
6CO2 + 12 H2O + E --> C6H12O6 + 6H2O + 6O2- kunnen aangeven hoe de fotosynthese verloopt:
- tijdens lichtreacties waterontleding dankzij zonne-energie, vorming van ATP en aan co-enzym NADP gekoppelde waterstof;
- tijdens donkerreacties productie van glucose uit een voorraad C-verbindingen en koolstofdioxide met gebruik van producten uit de lichtreactie.
Gebruik Binas of Biodata
Koolstofassimilatie
- Vorming van glucose uit koolstofdioxide en water (of een andere waterstofdonor).
- Energie wordt uiteindelijk vastgelegd in glucose.
- Fotosynthese en chemosynthese.
- Energie wordt geleverd door het zonlicht.
- Zonlicht wordt opgevangen door chloroplasten (bladgroenkorrels).
- Nodig:
- water uit de bodem;
- koolstofdioxide uit de lucht via de huidmondjes;
Gaswisseling blad- Gevormd:
- glucose;
- zuurstof blijft over.
- Bruto reactievergelijking:
6CO2 + 12 H2O + E(nergie) --> C6H12O6 + 6H2O + 6O2
- Lichtreactie (Ipad)
- Waterontleding m.b.v. zonne-energie.
- Zuurstof gaat plant uit (behalve deel dat voor de dissimilatie gebruikt wordt).
- Waterstof wordt aan een co-enzym (NADP) gekoppeld --> NADPH2.
- Vorming ATP.
- ADP + Pi + E --> ATP
- Netto reactie:
12H2O + 12 NADP + Pi + E --> 12 NADPH2 + 6O2 + ATP- Donkerreactie (lichtonafhankelijke reactie)
- Vorming van glucose met behulp van producten uit de lichtreactie.
- CO2 wordt via de Calvincyclus gebruikt om glucose te vormen.
- ATP uit de lichtreactie wordt gebruikt.
- ATP --> ADP + Pi + E
- NADPH2 uit de lichtreactie levert de waterstof.
- Netto reactie:
6CO2 + 12 NADPH2 + ATP --> C6H12O+ 6H2O + ADP + Pi
Chemosynthese
- Energie afkomstig uit oxidatie van een anorganische stof.
- Bij de oxidatie komt energie vrij (vastgelegd in ATP).
- Energie (ATP) wordt gebruikt om glucose te vormen.
- Komt voor bij bepaalde autotrofe bacteriën:
- zwavelbacteriën;
- nitrificerende bacteriën;
- nitrietbacteriën;
- niraatbacteriën.
Voortgezette assimilatieJe moet kunnen aangeven dat bij alle cellen voortgezette assimilatie plaatsvindt waarbij:
- glucose de grondstof is voor de opbouw van andere koolhydraten en van vetten;
- aminozuren de bouwstenen zijn voor eiwitten;
- bij planten aminozuren en nucleotiden worden gevormd uit glucose en anorganische stikstof- en zwavelverbindingen die zijn opgenomen uit de bodem.
Voortgezette assimilatie
Bij autotrofe organismen
- Glucose wordt omgezet in organische stikstofverbindingen (stikstofassimilatie):
- aminozuren;
- nucleotiden.
- Nodig:
- anorganische stikstofverbindingen uit de bodem.
- In ieder geval NO3- (nitraat).
- In mindere mate ook SO42- (sulfaat).
Zowel bij autotrofe als heterotrofe organismen
- Omzetten van kleine organische moleculen in grotere.
- Vorming van andere organische stoffen (vetten en andere koolhydraten) uit glucose.
- Vorming van eiwitten uit aminozuren.
DissimilatieJe moet:
- kunnen aangeven dat er verschillende vormen zijn van dissimilatie van organische stoffen waarbij energie wordt vrijgemaakt.
- de reactievergelijking van de aërobe dissimilatie van glucose kunnen geven:
C6H12O6 + 6H2O + 6O2 --> 6CO2 + 12 H2O + E + E.
- kunnen aangeven hoe de aërobe dissimilatie van glucose verloopt:
- eerste fase in het cytoplasma met geringe ATP-productie (glycolyse);
- voortzetting in de mitochondriën (citroenzuurcyclus);
- vrijkomende energie wordt vastgelegd in ATP of komt vrij als warmte;
- oxidatieve fosforylering:
- ADP + Pi + E --> ATP ( elektronentransportketen; protonenpomp; ATP-synthase).
- kunnen aangeven dat de ATP-productie per molecuul glucose bij anaërobe dissimilatie geringer is dan bij aërobe dissimilatie doordat energierijke stoffen, melkzuur of alcohol (ethanol), als eindproduct ontstaan.
Gebruik Binas of Biodata
- Afbraak met behulp van zuurstof (verbranding).
- Brandstof meestal glucose.
- Levert veel ATP.
- Bruto reactievergelijking:
C6H12O6 + 6H2O + 6O2 --> 6CO2 + 12 H2O + E (38ATP)- Verloop van het proces:
- Glycolyse (Ipad)
- C6H12O6 --> 2 pyrodruivenzuur + 2 ATP + 2 NADH2
- Vindt plaats in het cytoplasma.
- Citroenzuurcyclus
Citroenzuurcyclus animatie (Ipad)
- Vindt plaats in de mitochondriën.
- Pyrodruivenzuur wordt via azijnzuur volledig afgebroken tot CO2 en H2O.
- Vrijgekomen waterstof wordt gebonden aan NAD --> NADH2 .
- In totaal 10 NADH2 .
- Eindoxidatie (oxidatieve fosforylering) (Ipad)
- Van NADH (afkomstig uit de glycolyse en de citroenzuurcyclus) worden H+-ionen afgesplitst.
- De daarbij vrijkomende elektronen worden via een elektronentransportketen van de ene stof op de andere overgebracht.
- Een deel van de daarbij vrijkomende energie wordt gebruikt door het enzym ATP-synthase om ATP te vormen uit ADP.
ADP + Pi + E --> ATP- Een deel van de energie komt vrij als warmte.
- Eiwitten in membranen (de zogenaamde protonenpomp of waterstofpomp) zorgen ervoor dat H+-ionen (protonen) actief door de membranen worden van de mitochondriën worden getransporteerd.
- Uiteindelijk wordt zuurstof gereduceerd tot water.
12 NADH2 + 6O2 + 36ADP + 36 Pi --> 12 NAD + 12 H2O + 36 ATP- De meeste ATP wordt gevormd in de mitochondriën bij de eindoxidatie.
RQ = respiratoir Quotiënt
Dit niet leren. je moet er alleen mee kunnen werken.
- RQ = hoeveelheid CO2 die vrijkomt gedeeld door de hoeveelheid O2 die nodig is (CO2/O2).
- Door bij de gaswisseling opgenomen O2 en afgegeven CO2 te meten, kan de RQ van een organisme bepaald worden.
- Behalve glucose kunnen ook vetten en eiwitten als brandstof voor de dissimilatie gebruikt worden.
- De RQ-waarde is kenmerkend voor de gebruikte brandstof.
- Hoe lager de RQ - hoe hoger de energetische waarde van de brandstof.
- Koolhydraten --> RQ = 1.
- Vetten --> RQ = 0,7.
- Eiwitten --> RQ = 0,9.
Gebruik Binas of Biodata
Anaërobe dissimilatie
- Afbraak zonder zuurstof (gisting)
- Glucose wordt onvolledig afgebroken.
- Er blijft een energierijke stof over:
- ethanol;
- melkzuur.
- Levert minder ATP dan aërobe afbraak:
- 2 ATP per molecuul glucose.
Alcoholgisting
- Bij gistcellen, bepaalde bacteriën en planten.
- CO2 en ethanol (alcohol) blijven over.
- Reactievergelijking
C6H12O6 + 2 ADP + 2Pi --> 2CO2 + 2 C2H5OH (ethanol) + E (2 ATP)- Verloop van het proces:
Melkzuurgisting
![]()