[home][inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]

bioplek

vwo

examenprogramma biologie

vanaf 2016

Specificatie subdomein B3. Stofwisseling van het organisme

streep groen

Eindterm

De kandidaat kan met behulp van de concepten orgaan, fotosynthese, ademhaling, vertering, uitscheiding en transport ten minste in contexten op het gebied van gezondheid en voedselproductie verklaren op welke wijze de stofwisseling van organismen verloopt en beargumenteren op welke wijze stoornissen daarin kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden aangepakt.

B3.1 Orgaan

Specificatie
De kandidaat kan in een context:

  1. beschrijven hoe groepen van cellen door hun rangschikking in een weefsel, orgaan of
    orgaanstelsel een gezamenlijke functie uitoefenen;

  2. beschrijven wat bij de mens de kenmerken en functies zijn van orgaanstelsels voor transport, ademhaling, voedselverwerking en uitscheiding;

  3. verschillen en overeenkomsten tussen organen en orgaanstelsels van de mens en verschillende diersoorten herkennen;

  4. verschillen in gaswisseling, opname en transport bij prokaryoten, planten en dieren toelichten;

  5. uitleggen hoe orgaanstelsels met elkaar samenhangen en beargumenteren hoe verstoring in het functioneren van een orgaan de samenwerking tussen organen beïnvloedt.

Deelconcepten
hart, hartkleppen, slagader, ader, haarvat, lymfesysteem, huidmondjes, hout- en bastvaten, wortelharen, longen, luchtpijp, bronchiën, longblaasjes, kieuwen, tracheeën, huidmondjes, slokdarm, maag, twaalfvingerige darm, alvleesklier, lever, galblaas, dunne darm, dikke darm, endeldarm, darmvlokken, kring- en lengtespieren, nieren, nefron, zweetklieren.

B3.2 Fotosynthese

Specificatie
De kandidaat kan in een context:

  1. beschrijven dat organismen door fotosynthese autotroof zijn;

  2. voorwaarden voor het fotosyntheseproces in planten benoemen;

  3. het belang van fotosynthese als basis voor de voortgezette assimilatie en dissimilatie van het organisme beschrijven.

Deelconcepten
autotroof, heterotroof, (an)organische stoffen, chloroplasten, netto fotosynthesereactie, voortgezette assimilatie, beperkende factoren.

B3.3 Ademhaling

Specificatie
De kandidaat kan in een context:

  1. de bouw, werking en functie van gaswisselingsorganen van eukaryoten, in het bijzonder de mens beschrijven;

  2. de relatie tussen de bouw van gaswisselingsorganen en hun functie beschrijven en de relatie tussen de bouw en werking uitleggen;

  3. uitleggen op welke wijze longventilatie tot stand komt en geregeld wordt;

  4. uitleggen hoe opname, transport en afgifte van CO2 en O2 plaatsvindt en wat de rol van hemoglobine en myoglobine daarbij is;

  5. de relatie tussen de gaswisseling van planten en fotosynthese en dissimilatie beschrijven.

Deelconcepten
gaswisseling, ventilatiebewegingen, longcapaciteit, vitale capaciteit, dode ruimte, diffusie, wet van Fick, CO2-concentratie, O2-concentratie, buffers van hemoglobine en HCO3-, dissimilatie, assimilatie, beperkende factor.

B3.4 Vertering

Specificatie
De kandidaat kan in een context:

  1. de bouw, werking en functie van spijsverteringsorganen  van eukaryoten, in het bijzonder van de mens, beschrijven;

  2. de relatie tussen de bouw van spijsverteringsorganen en hun functie beschrijven en de relatie tussen de bouw en werking uitleggen;

  3. beschrijven waar en op welke wijze voedingsstoffen verteerd en opgenomen worden en verklaren op welke wijze factoren dit kunnen beïnvloeden.

Deelconcepten
mechanische en chemische vertering, darmperistaltiek, voedingsstoffen, verteringssappen, gal, verteringsenzymen voor koolhydraten, eiwitten, vetten, vitamines, pH, temperatuur, verteringsproducten, emulgeren, resorptie, darmbacteriën.

B3.5 Uitscheiding

Specificatie
De kandidaat kan in een context:

  1. de bouw, werking en functie van uitscheidingsorganen van eukaryoten, in het bijzonder van de mens beschrijven;

  2. de relatie tussen de bouw van uitscheidingsorganen en hun functie beschrijven en de relatie tussen de bouw en werking uitleggen;

  3. de rol van de lever, de nieren, de longen en de huid bij uitscheidingprocessen toelichten.

Deelconcepten
waterhuishouding, ultrafiltratie, terugresorptie, voorurine, osmotische waarde, ADH, ureum, urine, buffers van HCO3-, galzouten, galkleurstoffen, zweet.

B3.6 Transport

Specificatie
De kandidaat kan in een context:

  1. de bouw, werking en functie van de bloedsomloop met hart en bloedvaten van eukaryoten, in het bijzonder van de mens beschrijven;

  2. de relatie tussen de bouw van hart en bloedvaten en hun functie beschrijven en de relatie tussen de bouw en werking uitleggen;

  3. de embryonale bloedsomloop van de mens toelichten en verschillen en overeenkomsten benoemen met de bloedsomloop na de geboorte;

  4. de functie van bestanddelen van bloed, bloedplasma, weefselvloeistof en lymfe beschrijven en de vorming van weefselvloeistof en lymfe toelichten;

  5. het verband beschrijven tussen bloedvatenstelsel en lymfevatenstelsel;

  6. het transport van water, zouten en assimilatieproducten in planten beschrijven en de relatie met fotosynthese, dissimilatie en opslag van stoffen beargumenteren.

Deelconcepten
open en gesloten bloedsomloop, enkele en dubbele bloedsomloop, grote bloedsomloop, kleine bloedsomloop, embryonale bloedsomloop, bloedplasma, weefselvloeistof, lymfe, beenmerg, bloedsamenstelling, rode bloedcellen, witte bloedcellen, bloedplaatjes, hartslagfrequentie, slagvolume, sinusknoop, AV-knoop, bundel van His, bloeddruk, diastole, systole, zuurstoftransport en koolstofdioxidetransport, voedings- en afvalstoffen, Bohr-effect, bufferende stoffen, HCO3-, hemoglobine, myoglobine, bloedstolling, cholesterol, tegenstroomprincipe, filtratiedruk, colloïd- osmotische druk, verdampingsstroom, cohesie, adhesie, worteldruk.

Voorbeeldcontexten

streep groen

bioplek terug