
Structuren van ecosystemen en
cellen
examenprogramma
VWO
Domein B
Structuren
van ecosystemen
Subdomein
B1
centraal
examen
Je kunt de betekenis en
onderlinge wisselwerking van abiotische en biotische
factoren,
waardoor de diversiteit tussen en binnen ecosystemen
wordt bepaald, aangeven en uitleggen.
Benodigde voorkennis uit
onderbouw:
- indeling van
organismen
- binaire naamgeving
Weten en
kunnen
Je kunt:
- de relaties in een
ecosysteem beschrijven.
- uitleggen dat de
verschillen tussen en de diversiteit binnen ecosystemen
ontstaan door verschillen in abiotische en biotische
factoren.
- uitleggen dat abiotische
en biotische factoren de mogelijkheden voor groei,
ontwikkeling en het functioneren van organismen bepalen,
in het bijzonder:
- tolerantiegrenzen,
tolerantiecurve;
- beperkende factoren;
- microklimaat..
- in een beschreven
ecosysteem verschillende relaties tussen soorten en
tussen individuen van een soort benoemen, in het
bijzonder:
- concurrentie
(competitie);
- voedselrelatie,
predatie;
- symbiose: mutualisme,
commensalisme, parasitisme
- voortplantingsrelatie.
- het begrip nis van een
bepaalde soort in een beschreven ecosysteem
gebruiken.
- het begrip habitat van
een bepaalde soort in een beschreven ecosysteem
gebruiken.
Informatie
op bioplek
Overzicht
termen en begrippen
Praktische
opdrachten
Veldwerk
 |