[home][inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]

 




Levenscyclus en erfelijke informatie

examenprogramma VWO

Domein C

Erfelijkheid

Subdomein C1

centraal examen

Je kan erfelijkheid op organismeniveau verklaren door het beschrijven van erfelijkheidsprocessen op lagere organisatieniveaus en kan het ingrijpen door de mens in erfelijkheidsprocessen bediscussiëren.

Benodigde voorkennis uit onderbouw:

  • genen en chromosomen;
  • geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting.

Benodigde voorkennis uit subdomein C3:

  • verschillen tussen mitose en meiose;
  • celspecialisatie door het in- en uitschakelen van delen van chromosomen.

Weten en kunnen

Je kunt:

  1. de relatie leggen tussen DNA en genotype.

  2. uitleggen waardoor het fenotype ontstaat onder invloed van genotype en milieufactoren.

  3. aan de hand van gegevens vaststellen of bepaalde veranderingen van het fenotype worden veroorzaakt door genotype of milieu.

  4. uitleggen waardoor geslachtelijke voortplanting, in tegenstelling tot ongeslachtelijke voortplanting, nieuwe combinaties van erfelijke informatie oplevert.

  5. uitleggen op welke manier de verdeling van erfelijk materiaal over de geslachtscellen tot stand komt.

  6. aangeven dat de mens met oude en nieuwe technieken ingrijpt in erfelijke informatie met het doel de gewenste eigenschappen te verbeteren, ook bij de mens zelf:
    • klonering;
    • gebruik van mutatie;
    • gebruik van recombinatie;
    • DNA-technieken;
    • celfusie;
    • selectie, veredelen, fokken, genetische modificatie.

  7. de uitkomst voorspellen van mono- en dihybride kruisingen, onder andere met behulp van kansrekeningen, in het bijzonder:
    • locus;
    • dominante en recessieve allelen, co-dominantie;
    • intermediair fenotype;
    • autosomale en X-chromosomale genen;
    • hergroepering van chromosomen, gekoppelde genen, crossing-over (géén plaatsbepaling van genen en géén berekeningen) .

  8. de in de voorgaande eindterm genoemde kennis toepassen in stamboomonderzoek.

  9. gegevens interpreteren uit karyogrammen, zoals die gebruikt worden bij erfelijkheidsadvisering en pre- en postnatale diagnostiek bij de mens en de betekenis van DNA-onderzoek daarbij aangeven.

  10. aangeven dat erfelijke en milieufactoren invloed hebben op het ontstaan van ziekten.

 

Informatie op bioplek

Overzicht termen en begrippen

Theorie

Erfelijkheidsleer
Simulatie van de kruisingen van Mendel

Gelelectroforese
PCR (polymerase chain reaction)

Transgene organismen

Veredelen (zuivere lijn)
Klonen

Praktische opdrachten

Virtueel practicum Drosophila inleiding
Virtueel practicum Drosophila kruisingen
Opdrachten virtueel practicum bananenvliegen

Praktische opdracht erfelijke ziektes