[home][inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links] 




Metabolisme

examenprogramma VWO

Domein D

Energiestromen en kringlopen

Subdomein D1

centraal examen

Je kunt energiestromen en kringlopen van stoffen in een ecosysteem beschrijven, en aangeven welke factoren daarop van invloed zijn en wat oorzaken en gevolgen zijn van verstoring.

Benodigde voorkennis uit onderbouw:

  • indeling van organismen
  • voedselketen, voedselweb
  • invloed van de mens op het milieu.

Benodigde voorkennis uit subdomein D4:

  • fotosynthese,
  • aërobe en anaërobe dissimilatie.

Weten en kunnen

Je kunt:

  1. uitleggen dat de zon de belangrijkste energiebron is voor het leven op aarde.

  2. de energie-inhoud en de biomassa van de trofische niveaus van een voedselketen grafisch weergeven.

  3. aangeven waardoor in een schakel van een voedselketen niet alle geproduceerde of opgenomen biomassa wordt vastgelegd.

  4. aangeven dat een kringloop kan worden opgevat als een geheel van voorraden en stromen van materie.

  5. aangeven welke productie van organische stoffen in een ecosysteem plaatsvindt met gebruikmaking van de begrippen: bruto primaire productie, netto primaire productie, productiviteit.

  6. aangeven dat kringlopen binnen een ecosysteem worden onderbroken of verstoord door onder andere:
    • gescheiden plaatsen van productie en gebruik;
    • het gebruik van fossiele brandstoffen.

  7. in een beschrijving of afbeelding van een ecosysteem voorbeelden noemen van organismen die behoren tot respectievelijk:
    • producenten, consumenten en reducenten;
    • autotrofe en heterotrofe organismen.

  8. het begrip 'beperkende factoren' toepassen in verschillende concrete situaties.

  9. de rol uitleggen van producenten, consumenten en reducenten in de kringloop van koolstof en in die van stikstof aan de hand van schema's van deze kringlopen, in het bijzonder:
    • fotosynthese en dissimilatie;
    • omzetting van glucose in andere organische stoffen;
    • vorming van stikstofhoudende organische stoffen;
    • afbraak van organische stoffen tot anorganische stoffen.

  10. de rol aangeven van micro-organismen in de koolstofkringloop en in de stikstofkringloop.

  11. aangeven wat wordt verstaan onder biologische afbreekbaarheid.

  12. effecten aangeven van menselijke activiteiten op de koolstofkringloop en de stikstofkringloop.

  13. verschillen aangeven tussen ecologische en niet-ecologische voedselproductie,
    in het bijzonder:
    • verschillen m.b.t. gebruik van meststoffen en bestrijdingsmiddelen;
    • gebruik van biotechnologie;
    • duurzame voedselproductie.

 Informatie op bioplek

Overzicht termen en begrippen

Theorie

voedselketens - voedselpiramides - energiestromen
stikstofkringloop
groenbemesting

Praktische opdrachten

stikstofkringloop oefenen