
Metabolisme
examenprogramma
VWO
Domein D
Metabolisme
van de mens
Subdomein
D3
centraal
examen
Je kunt aangeven
hoe organen, weefsels en cellen van de mens betrokken
zijn bij opname, verwerking, transport, opslag en
uitscheiding van stoffen, hebt inzicht in de moleculaire
processen die daarbij een rol spelen en kunt factoren
bespreken die hierop van invloed kunnen zijn.
Benodigde voorkennis uit
onderbouw:
- anatomie en
fysiologie van de mens,
- functie van de
voedingsstoffen.
Benodigde voorkennis uit
subdomein
B2:
- vorm en functie van
celorganellen.
Weten en
kunnen
Je kunt:
- aangeven welke organen
en/of weefsels de mens heeft voor opname van stoffen,
voor transport, voor het geschikt maken van stoffen voor
transport, voor het verwijderen van overtollige en
schadelijke stofwisselingsproducten en voor opslag van
stoffen.
- in afbeeldingen organen
en verschillende typen weefsels herkennen die betrokken
zijn bij de vertering, en de functie van deze organen en
weefsels aangeven.
- met behulp van
anatomische informatie aangeven welke bewerkingen het
voedsel ondergaat in het verteringskanaal,
in het bijzonder:
- mechanische bewerking
en de vertering;
- verwijdering van
onverteerbare stoffen en afvalstoffen;
- opname van
voedingsstoffen uit het verteringskanaal in het bloed
en/of lymfe;
- emulgering.
- aangeven welke
voedingsstoffen geresorbeerd kunnen worden door de
mens,
in het bijzonder:
resorptie van water, van wateroplosbare stoffen en van
vetoplosbare stoffen en de rol van micellen daarbij.
- aangeven dat
genotmiddelen, geneesmiddelen en gifstoffen ook
geresorbeerd kunnen worden.
- de volgende chemische
begrippen gebruiken in een biologische situatie:
- eiwitten (essentiële aminozuren);
- koolhydraten;
- oliën, vetten
(essentiële vetzuren, verzadigde en onverzadigde
vetzuren);
- zouten;
- vitamines.
- met behulp van
anatomische informatie het verband aangeven tussen bouw,
werking en functie van het hart en het bloed- en
lymfevatenstelsel.
- bestanddelen van het
bloed en hun functies beschrijven en informatie over de
rol die het rode beenmerg bij de vorming van bloedcellen
speelt, interpreteren.
- functies van het bloed
aangeven, in het bijzonder:
- transport van
O2, CO2, voedingsstoffen,
afvalstoffen en hormonen;
- evenwichtsreacties;
- bufferwerking;
- bloedstolling.
- regulatiemechanismen
noemen voor de samenstelling van het bloed en voor de
bloedsomloop,
in het bijzonder:
- pH;
- pCO2;
- glucoseconcentratie;
- osmotische
waarde.
- aangeven hoe en waar
opname, transport en afgifte van CO2 en O2 plaatsvinden
en de rol van hemoglobine daarbij aangeven.
- aangeven door welke
processen in de haarvaten weefselvloeistof ontstaat en
welke processen een rol spelen bij de uitwisseling van
stoffen tussen cellen en hun omgeving, in het bijzonder:
- diffusie, waaronder
osmose;
- actief transport;
- bloeddruk.
- de relatie tussen
weefselvloeistof en lymfe aangeven.
- de functie van
luchtwegen en longen en de werking van de
ademhalingsspieren aangeven met behulp van verstrekte
informatie over de bouw.
- aangeven hoe
pCO2, pO2 en pH via het ademcentrum
in de hersenstam invloed hebben op de regulatie van de
ventilatie.
- met behulp van
anatomische informatie het verband aangeven tussen bouw,
werking en functie van de nieren,
in het bijzonder:
- ultrafiltratie;
- terugresorptie;
- bloeddruk;
- diffusie, waaronder
osmose;
- actief transport.
- de functies van de lever
noemen, in het bijzonder:
- opslag van glycogeen;
- gluconeogenese;
- productie
cholesterol;
- vorming van
bloedeiwitten;
- vorming van gal:
galzure zouten, galkleurstoffen;
- uitscheiding van
producten via gal;
- transaminering en
desaminering;
- detoxificatie.
- het verband aangeven
tussen de werking van diverse organen met betrekking tot
de stofwisseling van de mens:
- de organen betrokken
bij de vertering;
- lever;
- ademhalingsstelsel;
- nieren;
- hart en
bloedvatenstelsel.
Informatie
op bioplek
Overzicht
termen en begrippen Voeding en
spijsvertering
Overzicht
termen en begrippen Bloed en
bloedsomloop
Overzicht
termen en begrippen
Gaswisseling
Overzicht termen en begrippen opslag en
uitscheiding
Theorie
Spijsvertering
Spijsverteringskanaal
Vertering
eiwitten
Vertering
koolhydraten
Vertering
van vetten
Stoffen
Bloed en
bloedsomloop
Bloedvaten
Bestanddelen
van het bloed
Hart
en bloedsomloop
Uitwisseling
stoffen in de
haarvaten
Lymfevatenstelsel
Bloedstolling
Transport
van zuurstof
Bloeddruk
Gaswisseling
Gaswisseling
mens
Tegenstroomprincipe
Opslag en
uitscheiding
Bouw
en functies van de
lever
Bouw
en functie van de
nier
Niereenheid
1
Niereenheid
2
Praktische
opdrachten
Practicum
stofwisseling van de
mens
Practicum
enzymwerking
 |