
Dynamiek en
homeostase
examenprogramma
VWO
Domein E
Homeostase
bij de mens
Subdomein
E4
centraal
examen
Je kunt uitleggen
hoe zintuigen, spieren en klieren, zenuwstelsel en
hormoonstelsel betrokken zijn bij het functioneren van
het lichaam -aangepast aan de omgeving- en daarbij
verbanden leggen tussen de verschillende
organisatieniveaus.
Benodigde voorkennis uit
onderbouw:
- vorm en functie
van spieren en klieren, zintuigen en
zenuwstelsel.
Benodigde voorkennis uit
subdomein
E5:
- bouw en functie van
celmembraan met receptoreiwitten;
- transport door
membraan, osmose, diffusie, actief
transport.
Weten en
kunnen
Je kunt:
- de principes van een
regelkring toepassen bij verschillende systemen van het
menselijk lichaam.
- een regelkring in een
schema weergeven en de processen binnen een regelkring
beschrijven,
in het bijzonder:
- registratie in het
centrale zenuwstelsel van een verandering in het
interne of externe milieu door middel van receptoren;
- vergelijking van deze
registratie met een interne norm;
- een verschil kan
leiden tot het uitzenden van signalen naar effectoren,
die hierop reageren;
- de reactie kan leiden
tot opheffing van het verschil tussen de registratie
en de norm of er kan een reactie in gang gezet worden
in een andere regelkring waardoor er een nieuw
evenwicht ontstaat.
- de relatie tussen het
zenuwstelsel en het endocriene stelsel beschrijven.
- aangeven dat de regeling
van allerlei lichaamsprocessen gevoelig is voor
stemmingen en emoties met gevolgen voor de homeostase en
met - soms - gevolgen voor de gezondheidstoestand.
- aangeven dat er
receptoren zijn die gevoelig zijn voor veranderingen in
tonus van een spier, voor de temperatuur en de
samenstelling van het bloed.
- uitleggen dat diverse
circulerende hormonen in hogere concentraties de verdere
afgifte van hormonen door de hypofyse remmen (feed-back
mechanismen).
- de werking van
zintuigen, zenuwstelsel en spieren beschrijven en hun
onderlinge relatie uitleggen, waarbij gebruik kan worden
gemaakt van verstrekte informatie over de bouw.
- de functie van zintuigen
bij de mens beschrijven met gebruik van de begrippen
adequate prikkels en prikkeldrempel.
- de werking van de ogen
beschrijven en het totstandkomen uitleggen van:
- accommodatie;
- zien van kleuren en
contrasten;
- de pupilreflex;
- zien van diepte;
- waarbij gebruik kan
worden gemaakt van een afbeelding van de bouw van de
ogen.
- de organisatie van het
zenuwstelsel beschrijven aan de hand van een afbeelding
van de macroscopische bouw.
- aangeven welke processen
op cellulair en moleculair niveau ten grondslag liggen
aan de omzetting van prikkels in actiepotentialen.
- uitleggen hoe
actiepotentialen ontstaan, hoe ze worden voortgeleid en
hoe de voortgeleiding wordt beïnvloed, waarbij
gebruik kan worden gemaakt van afbeeldingen van de bouw
van neuronen,
in het bijzonder:
- ontstaan in
receptoren bij adequate prikkels boven een bepaalde
drempelwaarde;
- voortgeleiding via
neurotransmitters: inhiberend en exciterend;
- beïnvloeding
door alcohol, drugs en geneesmiddelen.
- aangeven hoe
actiepotentialen kunnen leiden tot spiercontractie.
- het principe van een
reflex en de functie ervan bij houding, beweging en
bescherming uitleggen.
- met behulp van
afbeeldingen van de macro-, micro- en submicroscopische
bouw van dwarsgestreepte spieren de relatie tussen bouw
en werking beschrijven,
in het bijzonder:
- contractiemechanisme
van filamenten;
- motorische
eenheden.
- verstrekte informatie
over de functie van specifieke hormonen, de
hormoonklieren die ze produceren en hun doelwitorganen
toepassen in beschreven situaties.
- uitleggen dat de
kenmerken van hormonen bepalend zijn voor het tot stand
komen van een reactie,
in het bijzonder:
- hormonen worden aan
het bloed afgegeven;
- de
hormoonconcentratie is bepalend voor de mate van
reactie door de doelwitorganen;
- hormonen hebben een
specifieke molecuulstructuur die alleen door
receptormoleculen op of in cellen van doelwitorganen
wordt herkend.
- aan de hand van
verstrekte informatie de functie van het
hypothalamus-hypofyse-systeem beschrijven en uitleggen
hoe de hypothalamus door middel van hormonen de hypofyse
remt of stimuleert.
- uitleggen hoe de
glucoseconcentratie in het bloed volgens het principe van
een regelkring wordt geregeld met behulp van insuline en
glucagon.
- aangeven wat het effect
van een verhoogde adrenalineafgifte is en welke functie
dit effect heeft.
Informatie
op bioplek
Overzicht
termen en begrippen
Zenuwstelsel
Overzicht
termen en begrippen
Zintuigen
Overzicht
termen en begrippen Hormoonstelsel
Theorie
Zenuwstelsel
Spieren
Zintuigen
Hormoonwerking
Regeling
op celninveau
Praktische
opdrachten
Practicum
zintuigen
 |