[home][inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]




Dynamiek en homeostase

examenprogramma VWO

Domein E

Bescherming van het interne milieu

Subdomein E5

centraal examen

Je kunt uitleggen hoe de huid en het immuunsysteem bijdragen aan het handhaven van het dynamisch evenwicht in het inwendig milieu.

Benodigde voorkennis uit onderbouw:

  • bouw en werking van de huid, bacteriën en virussen.

Benodigde voorkennis uit subdomein B2:

  • kenmerken virus
  • membraanfuncties

Weten en kunnen

Je kunt:

  1. de functies van de huid uitleggen aan de hand van een afbeelding van de bouw,
    in het bijzonder:
    • mede handhaven van een constant inwendig milieu;
    • regeling van lichaamstemperatuur;
    • opslag van vet;
    • bescherming onder andere door pigment;
    • productie van vitamine D.

  2. de organen noemen die bij het afweersysteem zijn betrokken en hun functie daarin beschrijven,
    in het bijzonder:
    • huid en slijmvliezen;
    • thymus;
    • lymfeknopen;
    • milt;
    • beenmerg.

  3. aan de hand van een afbeelding de functies beschrijven van onder andere stamcellen en de diverse leucocyten.

  4. uitleggen wat de functies zijn van het celmembraan bij:
    • het constant houden van de omstandigheden in de cel;
    • het opvangen van signalen en de regeling van processen in de cel onder andere door het bezit van receptoren.

  5. uitleggen dat het celmembraan de cel afschermt van zijn omgeving waardoor concentratieverschillen tussen cel en omgeving mogelijk zijn.

  6. uitleggen op welke manieren uitwisseling van stoffen tussen de cel en zijn omgeving tot stand komt en de verschillen tussen deze processen aangeven, in het bijzonder:
    • diffusie, waaronder osmose;
    • actief transport.

  7. de rol van witte bloedcellen bij het onschadelijk maken van binnengedrongen cellen of deeltjes uitleggen met gebruik van de begrippen macrofagen en fagocytose en verklaren waarom hier wordt gesproken van aspecifieke afweer.

  8. uitleggen dat receptoreiwitten op het celmembraan van lymfocyten antigenen kunnen binden waardoor de productie van antistoffen op gang komt; verklaren waarom hier wordt gesproken van specifieke afweer en beschrijven hoe immuniteit zich ontwikkelt,
    in het bijzonder:
    • immunoglobulinen;
    • geheugencellen.

  9. uitleggen dat antistoffen worden gevormd tegen antigenen, in het bijzonder:
    - lichaamsvreemde cellen en stoffen;
    • bacteriën;
    • virussen.

  10. uitleggen dat ook rode bloedcellen dragers zijn van antigenen die worden onderscheiden als bloedgroepen en dat daarmee rekening wordt gehouden bij bloedtransfusies,
    in het bijzonder:
    • AB0-systeem;
    • resusfactor.

  11. uitleggen dat bij orgaantransplantatie antigenen een rol spelen en de consequenties hiervan
    beschrijven,
    in het bijzonder: MHC-I en MHC-II.

  12. uitleggen waardoor de aanwezigheid van antistoffen een indicatie is voor besmetting,
    in het bijzonder: seropositiviteit.

  13. het verschil tussen actieve en passieve immunisatie uitleggen en toepassingen hiervan noemen, in het bijzonder:
    vaccins; sera.

Informatie op bioplek

Overzicht termen en begrippen

Theorie

Huid
Regeling lichaamstemperatuur
Schema regeling lichaams temperatuur

Membranen

Afweer

Bloedgroepen

Praktische opdrachten

Bloedgroep bepalen