[home][inhoud][inhoud bovenbouw][links]

 

 

 Voor een meer gedetailleerd beeld van de bouw van suiker
>>>>>>
Glucose<<<<<<<

Koolwaterstoffen

Bouw:

koolstof- waterstof- en zuurstofatomen.

Belangrijkste voorbeelden:

suikers, zetmeel, cellulose

Functies in levende wezens:

suikers vooral brandstof (verbrand in mitochondriën)

zetmeel vooral reserve(brandstof)

cellulose bouwstof van celwanden van planten

 

Glucose, fructose bestaan uit 1 ring van atomen. Men noemt ze daarom monosacchariden.

Er zijn veel verschillende monosacchariden.

Glucose (=druivensuiker) wordt in bladgroenkorrels gemaakt van koolstofdioxide en water.
Planten maken van glucose als basisstof alle andere organische stoffen die voor levende wezens noodzakelijk zijn.

Sucrose (=rietsuiker=saccharose) is net als maltose een disaccharide.
Het is de suiker die in de keuken gebruikt wordt.

Monosacchariden kunnen door actief transport via membranen de cel in en uit.

Zetmeel bestaat uit een ketting van glucosemoleculen.
Zetmeelmoleculen kunnen nooit door membranen. Ze moeten eerst afgebroken worden tot maltose en glucose.

Zetmeel lost niet (of zeer slecht op in water). Daardoor heeft het geen osmotische waarde en is het zeer geschikt als reservevoedsel.

Cellulose bestaat net als zetmeel uit een ketting van glucosemoleculen, in dit geval echter een ander type glucose.
Mensen kunnen cellulose niet in hun spijsverteringskanaal afbreken tot suiker. We kunnen cellulose dus niet als voedsel gebruiken.

Celwanden van planten bestaan voor een belangrijk deel uit cellulose.

Papier, linnen, katoen zijn gemaakt van zulke celwanden.