[home][inhoud][onderbouw] [bovenbouw] [links] [copyright]



PRACTICUM ALGEMENE INLEIDING

 

HET DOEL VAN HET ONDERZOEKS-PRACTICUM

 
  • Je moet met de beschikbare eenvoudige middelen zo goed en origineel mogelijk proberen om min of meer eenvoudige biologische problemen op te lossen.
  • Eigen initiatief en gemotiveerd bezig zijn zijn daarbij belangrijke voorwaarden, maar inzicht is minstens zo belangrijk.
  • Als je de theorie niet goed begrijpt kun je meestal geen goed experiment opzetten. Gebruik daarom je boek en je eigen aantekeningen en de beschikbare literatuur.
  • Als je met iemand samenwerkt kun je goed elkaars ideeën kritisch bekijken en de taken verdelen.
  • Zorg er wel voor dat je je verslag in eigen woorden opschrijft.
  • Maak je verslag zodra je met een experiment klaar bent, dus voordat je met een nieuw experiment begint.
    Voor tussentijdse correctie kun je altijd je verslag inleveren. De beoordeling gebeurt dan wel oppervlakkig.
  • Een mislukt experiment kan even waardevol zijn als een geslaagd experiment. Je kunt ook daarvan leren, maar geef niet te snel op en probeer na een mislukking de opzet van het experiment te verbeteren en het experiment te herhalen.
  • Je werkt met levende wezens waar zeer veel factoren invloed op hebben. Er kan dus nog wel eens iets anders gaan dan je verwacht. Wees niet te snel ontmoedigd.

 

HET VERSLAG

 

Vermeld boven je verslag:
  1. je naam
  2. de naam van degene met wie je samengewerkt hebt
  3. het aantal uren dat je aan het experiment besteed hebt

 

1.De Inleiding

Soms is het goed dat je enkele algemene gegevens die je uit de literatuur haalt over je onderwerp in een korte inleiding bespreekt.

Voorbeeld:
Je maakt een verslag over het enzym amylase. Geef aan wat de functie is van amylase: Wat het product is wat het substraat is.

2.Titel

3.Probleemstelling

Deze staat min of meer op de kaart. Maak zelf een goede formulering.
Beperk je altijd tot 1 probleem.
Formuleer in de vorm van een vraag.

4.Hypothese

De hypothese maak je voordat je aan een experiment begint.

In de hypothese hoort te staan welke resultaten je verwacht.
Let op: De hypothese hoeft niet juist te zijn!!!
Licht je hypothese toe, maar geef geen mogelijke verklaring.

Na het maken van de hypothese kan je voorspellen ewat er tijdens de uitvoering van het experiment waargenomen zal worden als de hypothese waar blijkt te zijn(als de hypothese waar is.... dan zal het resultaat van het experiment zijn..........)

De hypothese helpt je een goed experiment op te zetten.

5.Materiaal en Methode

a. Materiaal

 

Beschrijf het gebruikte materiaal zo nauwkeurig mogelijk,(concentraties, temperatuur, hoeveelheid licht etc.etc.)

b. Methode

De proefopstelling moet nauwkeurig beschreven worden (eventueel tekenen).
Beschrijf hoe je de proef uitgevoerd hebt.
Iemand anders moet aan de hand van je verslag de proef precies na kunnen doen.
Vermeld nooit resultaten in dit hoofdstuk.

Waar moet je op letten bij het opzetten van een experiment?
Als je de invloed van een bepaalde factor op een levend wezen wilt onderzoeken, probeer er dan voor te zorgen dat alle andere factoren constant zijn en blijven.
Zorg voor de goede controleproeven.
Zorg ervoor dat de resultaten zoveel mogelijk meetbaar zijn, d.w.z. uitgedrukt zijn in getallen.
Het bedenken van een proef, het opzoeken van materiaal en het uitwerken van de juiste proefopstelling kosten vaak meer tijd dan het experiment zelf.
Denk eerst goed na voordat je begint.
Zorg ervoor dat je goed weet wat je wilt.
Tekeningen kunnen ook verhelderend zijn.
JE KUNT GEEN EXPERIMENT OPZETTEN ALS JE DE THEORIE NIET KENT.
BESTUDEER DEZE DUS GOED!

Iemand anders moet aan de hand van je verslag de proef precies na kunnen doen.

 

6.Resultaten

Vermeld alles wat je gezien en gemeten hebt.
Vermeld alle meetresultaten in tabel(len). Vat deze samen in een overzichtelijke grafiek.
Probeer de grafiek zo te maken dat het antwoord op het probleem, wat je wilt weten, op de x-as komt en de metingen, de gegevens die je verzameld hebt, op de y-as.
Tekeningen kunnen ook verhelderend zijn

 

7.Discussie (of Nabespreking)

Wat ben je nu te weten gekomen over het probleem, welke conclusies kun je trekken? Waar baseer je die op?
Was de hypothese juist of niet, of weet je het nog niet zeker. Licht dat toe.
Wat is er fout gegaan bij de uitvoering? Hoe heb je dat opgelost of hoe zou het experiment nog verbeterd kunnen worden?
Welke nieuwe problemen ben je tegen gekomen?
Vergelijk je eigen resultaten en conclusie met gegevens uit de literatuur.

 

8.Literatuur

Literatuurlijst als volgt
Achternaam schrijver, voorletters,, naam boek of artikel, uitgever, jaartal, druk.
Als er meerdere schrijvers zijn dan alleen de eerste vermelden en achter de voorletters e.a (= en anderen) zetten

Voorbeeld:
Janssen P.J. e.a.,
Het wonderbare leven, Wolters Noordhoff, 1995, 4de druk

Websites als volgt vermelden: adres, maker, titel
voorbeeld: http://www.biology.arizona.edu/ D.Brown, Biology Site, okt 1997

Als je ziek geweest bent haal je in overleg met de docent en de TOA het practicum in. Het is niet toegestaan in dat geval de gegevens van de partner over te nemen.

NA DE AFGESPROKEN INLEVERDATUM WORDEN ZONDER GOEDE REDEN GEEN VERSLAGEN MEER GEACCEPTEERD!

Alle verslagen moeten tot en met het mondeling eindexamen bewaard worden.
De cijfers voor de verslagen tellen mee voor het derde schoolonderzoek. Als je verslagen kwijt geraakt bent krijg je voor dat verslag voor je schoolonderzoek een 1.