[home][inhoud][inhoud bovenbouw][inhoud practicum][links][copyright 

 
Apparaten
Techniek 10.1


Colorimeter

Met een colorimeter meet je de hoeveelheid licht die door een gekleurde oplossing wordt geabsorbeerd.De hoeveelheid licht die door een oplossing wordt geabsorbeerd of doorgelaten is een maat voor de concentratie van die oplossing.

Hierboven staat als voorbeeld een door jodium blauw gekleurde zetmeeloplossing.
Als daar geel licht doorheen gaat, wordt bijna alles geabsorbeerd en de lichtmeter meet bijna geen doorgelaten licht.

Nadat de zetmeeloplossing afgebroken is en de vloeistof in de cuvet helder is geworden, wordt het meeste licht doorgelaten en meet de lichtmeter veel licht. 

  • Gebruik alleen zeer schone cuvettes of reageerbuizen !!
  • Laat de meter altijd ongeveer 10 minuten opwarmen.
  • Gebruik altijd een kleurfilter met de tegenovergestelde kleur van de oplossing.
    Dus een geelfilter voor een blauwe oplossing en een roodfilter voor een groene oplossing.

    Gebruik voor het meten van een troebele oplossing (bijvoorbeeld bij de eiwitafbraak door pepsine) een roodfilter.
    Op de meter zit meestal een knop waarmee de gevoeligheid kan worden ingesteld en een knop waarmee met de "blanco" de meter op de maximale uitslag kan worden ingesteld.
    Sommige meters hebben 2 schaalverdelingen op de meter namelijk een schaalverdeling die de hoeveelheid doorgelaten licht weergeeft in %, de transmissie en een logaritmische schaalverdeling die de zogenaamde extinctie weergeeft.

    J0 = de intensiteit van de bundel die door de blanco gaat

    J1 = de intensiteit van de bundel die door de oplossing wordt doorgelaten.


    Transmissie = (J1 : J0)

    Absorptie = (J0 - J1):J0

    Extinctie =10log (J0 : J1
    De extinctie is rechtevenredig met de concentratie!!!

  • Maak een blanco-oplossing. De blanco is bijvoorbeeld een cuvet met water.
    Als je enzymproeven meet bijvoorbeeld de afbraak van zetmeel door amylase of de afbraak van eiwit door pepsine, dan is de blanco een buisje met de eindtoestand, als alle stof verteerd is en de oplossing helder geworden is.
  • Plaats de blanco in de meter en zet de meter op maximale transmissie (100% = 1).
  • Als je een onbekende concentratie moet meten moet je eerst een ijklijn maken.


    Maken van een ijklijn

  • Maak een reeks van verschillende concentraties.
    Bijvoorbeeld zetmeel 1%, 0.1%, 0.01%, 0.001%.
  • Voeg aan alle buisjes evenveel jodiumoplossing toe om de oplossingen blauw te kleuren.
  • Meet of bereken van alle oplossingen de extinctie.
  •  

    Als je de concentraties op de X-as zet en de extincties op de Y-as, dan krijg je een rechte lijn. Met behulp van deze grafiek kan je onbekende concentraties bepalen via de absorpties.