[home][inhoud][inhoud bovenbouw][inhoud practicum][links][copyright]

lab.technieken
Techniek 12.3

 Oplossingen 2

 

Gebruik eventueel de excelprogramma's "oplossingen" en "verdunning"
(Deze files openen met Excel!!)

 

1 gram glucose bevat ongeveer 2 keer zoveel moleculen als 1 gram sacharose.

Een sacharosemolecuul (C12H22O11) is bijna 2 x zo zwaar als een glucosemolecuul (C6H12O6)

Voor veel experimenten is het van belang dat het aantal moleculen in twee verschillende oplossingen gelijk is (denk aan osmoseproeven).

In dat geval heb je niets aan gewichtsprocenten, maar moet je molaire oplossingen gebruiken.

Een oplossing van 1 molair bevat altijd 6.02 x 1023 moleculen per liter!!

1 molair glucose heeft dus dezelfde osmotische waarde als 1 molair sacharose.

Let op!! De osmotische waarde van 1 molair zout is 2 x de osmotische waarde van 1 molair glucose omdat zouten in water in twee stukken (ionen) uiteen vallen .

 

Voorbeeld:

Het maken van een oplossing van 1 molair glucose.

Zoek in het periodieksyteem (Binas blz.228) de atoommassa van C, H en O atomen

Atoommassa C = 12.01

Atoommassa H = 1.008

Atoommassa 0 = 16.00

Berken de molecuulmassa (molaire massa) van glucose

6 x 12.01 + 12 x 1.008 + 6 x 16.00 = 180

Weeg nauwkeurig 180 gram glucose af en los dit op in water,

Vul de oplossing aan tot een liter.

 

Handig:

 

De molaire massa's van een groot aantal anorganische stoffen staan in Binas tabel 41 blz. 84

De molaire massa's + de osmotische waarden van suiker- en andere oplossingen staan

in Binas tabel 77 kolom 2.

In kolom staat het aantal grammen per 100 ml nodig om 1 molair oplossing te krijgen!


Gebruik eventueel de excelprogramma's "
oplossingen" en "verdunning"
(Deze files openen met Excel)