[home][inhoud][inhoud bovenbouw][inhoud practicum][links][copyright]
Het
vliesje dat je van een blad onderzoekt
moet dus niet groen zijn. Sommige
huidmondjes liggen in holtes in de
opperhuid. Deze kunnen met de methode niet
bekeken worden. Vooral
huidmondjes in niet groene delen van
bladeren zijn geschikt.
Het
maken van een preparaat van
huidmondjes.
De
huidmondjes zitten in de opperhuid. In de
cellen van de opperhuid zitten geen
bladgroenkorrels.
De niet groene vliesje op het scheurvlak
zijn dun genoeg.
Het maken
van een afdruk van
huidmondjes.
Het
tellen van huidmondjes.
Dat kan op 2 manieren
1Het aantal vierkantjes in beeld schatten
(in de afbeelding ongeveer 7)
2.De diameter van het beeld bepalen en de
oppervlakte berekenen (¹R2)
( In de afbeelding= R ongeveer 1.5 mm,
¹=3.14.De oppervlakte is dus 7.1 mm2)
Opmerking:
Nauwkeuriger
metingen kunnen met de oculairmicrometer
uitgevoerd worden. Zie techniek.
Het
onderzoek van huidmondjes met een
binoculair
Huidmondjes
kunnen met een binoculair direct bekeken
worden.