[home][inhoud][inhoud bovenbouw][inhoud practicum][links][copyright]
Papierchromatografie
en kolomchromatografie zijn de oudste
methoden. Tegenwoordig wordt meestal gebruik
gemaakt van dunne laag chromatografie (TLC=
thin layer chromatografy) Een
kleine hoeveelheid van het te onderzoeken
mengsel wordt op een stuk filtreerpapier
gebracht in de vorm van een streep of een
vlek. (zie A) Als
de stoffen in het mengsel in de loopvloeistof
oplossen, zullen ze mee omhoog getrokken
worden. Doordat niet alle stoffen even goed
oplossen ontstaat een vlekkenpatroon. De
stoffen in het mengsel zijn geheel of
gedeeltelijk gescheiden. De
vlekken kunnen uitgeknipt worden en weer
opgelost en ingedampt. Zo krijgt men de
zuivere bestanddelen van het
mengsel. Als
men vet'minnende" stoffen (lipofiele stoffen)
van elkaar wil scheiden maakt men gebruik van
alcoholen (bijv.ethanol, methanol,butanol)
aceton, chloroform, petroleumether en
mengsels van deze stoffen. Als
men water'minnende (=hydrofiele) stoffen wil
scheiden wordt water of een mengsel van water
met een base of zuur gebruikt). De
loopafstand (rF-waarde)wordt berekend door
voor ieder vlek de afgelegde afstand (A) te
delen door de afstand tussen start en front
(B).De rF-waarde is bij een bepaalde T en een
bepaalde loopvloeistof kenmerkend voor een
stof.De rF-waarden van de bladkleurstoffen
kan in het Binas-boek opgezocht
worden.
Chromatografie
is een veel toegepaste methode om stoffen in
een mengsel te scheiden.
Het papier wordt in een vloeistof gehangen (=
de loopvloeistof). De loopvloeistof wordt
door capillaire werking omhoog getrokken in
het papier. (Zie B)
papierchromatografie
van bladgroen(chlorofyl)
Materiaal:
![]()
![]()
![]()

![]()