[home][inhoud][inhoud bovenbouw][inhoud practicum][links][copyright
Het gebruik van
deze toets kan het beste worden toegelicht aan
de hand van een voorbeeld. Bananenvliegen
worden gekruist. Op grond van de wetten van
Mendel verwacht men onder de nakomelingen van
een bepaalde kruising evenveel donkere vliegen
als lichtgekleurde vliegen. Men krijgt 100
nakomelingen waarvan 42 licht en 58 donker. De
onderzoeker wil graag weten of deze uitkomst in
overeenstemming is met zijn verwachting en de
afwijking dus het gevolg is van
toeval. Iedere
afwijking, zelfs de grootste kan door toeval
ontstaan. Daarom heeft men ook hier een grens
getrokken. Als de kans dat een gevonden
afwijking door het toeval ontstaan is kleiner is
dan 5% (p = 0.05) dan noemt men de resultaten
van de steekproef significant (=betekenisvol).
Als de kans dat de afwijking door het toeval
ontstaan is kleiner is dan 1% (p= 0.01), dan
noemt men de resultaten van de steekproef zeer
significant. Is de gevonden
verhouding tussen de lichte en donkere
nakomelingen 42:58 in overeenstemming met de
verwachte verhouding 1:1? Men gaat meestal
uit van een 0-hypothese (H0). In dit
geval: dat er geen verschil is tussen de
gevonden en de te verwachten aantallen. Met
andere woorden: de gevonden verschillen zijn
veroorzaakt door toeval. . gevonden verwacht verschil . X2 = X2 = = 2,56 Er zijn 2
groepen onderzocht. Het aantal
vrijheidsgraden is het aantal groepen - 1 Conclusie: Het
resultaat is in overeenstemming met de
hypothese. Een onderzoeker
wil weten of de aantallen boterbloemen in
verschillende proefvakken gelijk zijn. . gevonden verwacht verschil . X2 Het aantal
vrijheidsgraden is 3 De
X2
tussen bijvoorbeeld vak 1 en 3 zal een ander
resultaat opleveren !! Een
verschil met een waarschijnlijkheid tussen 0,01
en 0,05 --> significant Hoe groter de
uitkomst van de X2, hoe kleiner de
kans op toeval. 1 2.706 3.841 6.635 10.827 2 4.605 5.991 9.210 13.815 3 6.251 7.815 11.345 16.266 4 7.779 9.488 13.277 18.467 5 9.236 11.070 15.086 20.515 6 10.645 12.592 16.812 22.457 7 12.017 14.067 18.475 24.322 8 13.362 15.507 20.090 26.125 9 14.684 16.919
21.666 27.877 10 15.987 18.307 23.209 29.588 11 17.275 19.675 24.725 31.264 12 18.549 21.026 26.217 32.909 13 19.812 22.362 29.141 36.123 14 22.307 24.996 30.578
37.697
(uitspreken als chi-kwadraat)
Voorbeeld
1
Berekening van
de X2
Probleem:
Hypothese:
Methode:
De
formule
In de tabel vind je dat de kans dat dit verschil
door toeval is ontstaan
groter
is dan 10%
(p
> 0.1) :
want 2,56 is kleiner dan 2,706.
Er is dus geen verschil tussen het aantal licht
en donkere dieren aangetoond.Voorbeeld
2
De volgende waarnemingen worden
gedaan:
De kans dat dit verschil door toeval is
ontstaan, is groter dan 0.10.
Er is geen verschil aangetoond.
Een verschil met een waarschijnlijkheid <
0.01 --> zeer significant