[home][inhoud][inhoud bovenbouw][inhoud practicum][links][copyright
Cepaea nemoralis
is een makkelijk te vinden tuinslak. Het is een
van de meest variabele huisjesslakken. fenotype G
00300 Informatie
over Cepaea nemoralis
(voorkomen,
kleur huisje, bandenpatronen en
erfelijkheid) Werkwijze Materiaal meetlatje
(mm) Methode Verzamelen Analyse
en verwerking van de gegevens
-->
Techniekkaart
8.10.2
Wageningen Universiteit
Erik Dinslage, Kees Bos en Rory
PostInleiding
Hij komt in verschillende soorten habitats voor.
De populaties zijn klein, omdat de slak zich
niet meer dan 30 m per jaar verplaatst. Daarom
en omdat bekend is hoe het bandenpatroon op de
huisjes overerft, is deze slak erg geschikt om
bij verschillende populaties in verschillende
milieus de genfrequenties te bepalen. Aan de
hand daarvan kunnen conclusies getrokken worden
over de natuurlijke selectie in een bepaald
milieu.
doorzichtig verzameldoosje(s)
formulieren om de resultaten te noteren
locatie kaart
pen en papier
De habitats waarin Cepaea nemoralis voorkomt
zijn: bos, struikgewas, ruig grasland en
grasland.
Kies minimaal twee verschillende habitats om te
onderzoeken.
C. nemoralis kun je vinden door met je ogen en
met je handen door de vegetatie te gaan. Ze
zitten op de grond, tussen en op het gras, tegen
de stengels van planten en de stammen van
struiken en bomen (vooral tussen stekels). Ook
zitten ze vaak aan de onderkant van bladeren.
Eigenlijk overal, vanaf de grond tot op ongeveer
twee meter hoogte.
Noteer de gegevens over de slak.
Zet als je klaar bent alle slakken
terug.
Gegevens
noteren
Zie voorbeeld data
formulier (Word
document).
Huisjes van slakken die opgegeten zijn, zijn
vaak gebroken en liggen bij elkaar. Schrijf op
of een slak opgegeten is of niet.
Van alle slakken, levend, dood of opgegeten
moeten gegevens worden verzameld
Noteer ook de bandfusies: 003(45).
Zie bandenpatroon
op het huisje
.
