[home][inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]

bioplek

vwo

examenprogramma biologie

vanaf 2016

Specificatie subdomein B2. Stofwisselingvan de cel

streep groen

Eindterm

De kandidaat kan met behulp van de concepten homeostase, transport, assimilatie en dissimilatie ten minste in contexten op het gebied van gezondheid en voeding verklaren op welke wijze de stofwisseling van cellen van prokaryoten en eukaryoten verloopt.

B2.1 Homeostase

Specificatie
De kandidaat kan in een context:

  1. kenmerken van bacteriën beschrijven;

  2. een eukaryote cel beschrijven als een zelfstandig functionerende eenheid, de onderdelen van cellen herkennen en de functies ervan benoemen;

  3. uitleggen dat cellen zich in stand houden door het uitvoeren van chemische reacties;

  4. toelichten dat het dynamisch evenwicht in de cel in stand wordt gehouden in een complex netwerk van celprocessen die uiteenlopende functies hebben;

  5. uitleggen hoe door het principe van terugkoppeling homeostase in de cel gerealiseerd wordt.

Deelconcepten
prokaryoot, eukaryoot, virus, bacterie, plasmide, celkern, kernlichaampje, kernporie, chromosoom, celwand, celmembraan, vacuole, cytoplasma, grondplasma, cytoskelet, centriolen, mitochondrie, (ruw) endoplasmatisch reticulum, golgi-systeem, ribosoom, lysosoom, chloroplast, chlorofyl, plastide,
ciliën, flagellen, terugkoppeling, receptoreiwit, effector, cascade, ionenpomp, dynamisch evenwicht.

B2.2 Transport

Specificatie
De kandidaat kan in een context:

  1. vormen van actief en passief transport beschrijven en de relatie beschrijven met de eigenschappen van de getransporteerde stoffen en de bouw en eigenschappen van membranen;

  2. toelichten dat effecten van osmotische werking verschillen bij plantaardige en dierlijke cellen;

  3. uitleggen dat door de aanwezigheid van een selectief doorlaatbaar celmembraan de celinhoud permanent verschilt van de celomgeving;

  4. de rol van het cytoskelet bij transportprocessen herkennen.

Deelconcepten
diffusie, osmose, semi-permeabel membraan, selectief permeabel, fosfolipiden, hydrofoob, hydrofiel, receptoreiwit, ionentransport, ionenpomp, isotonisch, hypotonisch, hypertonisch, plasmolyse, turgor, osmotische druk, osmotische waarde, waterpotentiaal, actief transport, passief transport, endo- en
exocytose, cytoplasmastroming, motoreiwit, cytoskelet.

B2.3 Assimilatie en dissimilatie

Specificatie
De kandidaat kan in een context:

  1. beschrijven dat cellen stoffen opnemen en afgeven, dat de stoffen in de cellen verwerkt worden in chemische reacties (opbouw en afbraak), gekatalyseerd door enzymen;

  2. beschrijven dat er verschillende vormen van energie zijn: chemische energie (zoals in ATP), lichtenergie, kinetische energie, warmte, en beschrijven dat deze vormen in elkaar kunnen overgaan;

  3. het fotosyntheseproces in cellen met chloroplasten beschrijven;

  4. assimilatieprocessen in planten en dieren beschrijven en toelichten dat deze processen leiden tot de aanmaak van bouwstoffen, brandstoffen, reservestoffen en enzymen;

  5. dissimilatieprocessen beschrijven. Hierbij anaerobe en aerobe dissimilatie onderscheiden;

  6. met behulp van reactievergelijkingen assimilatie- en dissimilatieprocessen (ook van de deelreacties daarvan) toelichten;

  7. beschrijven waar en op welke wijze enzymen reacties, zoals assimilatie- en dissimilatie-processen, katalyseren en hoe de temperatuur en pH deze beïnvloeden;

  8. toelichten hoe in de biotechnologie gebruik gemaakt wordt van het metabolisme van micro- organismen;

  9. verschillen tussen fotosynthese en chemosynthese uitleggen en verklaren onder welke
    omstandigheden beide processen plaats kunnen vinden.

Deelconcepten
autotroof, heterotroof, fotosynthese, C-assimilatie, chloroplast, licht- en donkerreactie, chemosynthese verbranding, aeroob, anaeroob, glycolyse, citroenzuurcyclus, oxidatieve fosforylering, gisting, alcohol, melkzuur, methaan, ADP en ATP, NAD, NADP, bouwstoffen, brandstoffen, reservestoffen, enzymen, fosfolipiden, tussencelstof, koolhydraten (mono-, di- en polysachariden, zetmeel, glycogeen, cellulose), vet (vetzuren en glycerol), eiwit, aminozuren, DNA, recombinant-DNA, pH.

Voorbeeldcontexten

streep groen

bioplek terug