[home][inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]

bioplek

vwo

examenprogramma biologie

vanaf 2016

Specificatie subdomein B4. Zelfregulatie van het organisme

streep groen

Eindterm

De kandidaat kan met behulp van de concepten homeostase, hormonale regulatie en neurale regulatie ten minste in contexten op het gebied van sport en voeding verklaren op welke wijze zelfregulatie bij eukaryoten verloopt en beargumenteren op welke wijze daarin stoornissen kunnen ontstaan en op welke wijze deze kunnen worden aangepakt.

B4.1 Homeostase

Specificatie
De kandidaat kan in een context:

  1. het belang van de longen, lever, nieren, huid, zenuw- en hormoonstelsel voor de homeostase bij de mens beschrijven;

  2. de relatie tussen de bouw van de lever, longen, huid en nieren en de homeostase beschrijven een regelkring afleiden uit een beschrijving van de regulatie van lichaamsprocessen en de principes van een regelkring toelichten;

  3. de samenhang van de regeling van lichaamsprocessen beschrijven;

  4. beargumenteren op welke wijze verstoring van het dynamisch evenwicht kan ontstaan en hoe deze gereguleerd kan worden.

Deelconcepten
zenuwstelsel, hormoonstelsel, receptoren, inwendig en uitwendig milieu, regelkring, positieve en negatieve terugkoppeling, dynamisch evenwicht, receptoren in celmembranen en cytoplasma, osmotische waarde, pH, temperatuur, chemische samenstelling, O2-concentratie, CO2-concentratie, buffers van hemoglobine en HCO3-, glucoseconcentratie, waterhuishouding, chemische en drukreceptoren in de aorta.

B4.2 Hormonale regulatie

Specificatie
De kandidaat kan in een context:

  1. de werking van een regelkring in het hormoonstelsel voorspellen;

  2. de werking van hormoonklieren en de specifieke werking van hun hormonen beschrijven en afleiden hoe de doelorganen daarop reageren;

  3. het verband beschrijven tussen hormonale regulatie en het handhaven van homeostase;

  4. de relatie tussen het hormoonstelsel en het zintuig-, spier- en zenuwstelsel toelichten.

Deelconcepten
hormoonklieren, hypofyse, hypothalamus, schildklier, nieren, bijnieren, ovaria, testes, eilandjes van Langerhans, exocrien, endocrien, doelwitorganen, receptor, hormoonconcentratie, insuline, glucagon, adrenaline, schildklierhormoon, spijsverteringshormonen,  EPO.

B4.3 Neurale regulatie

Specificatie
De kandidaat kan in een context:

  1. de bouw en werking van het zenuwstelsel en de signaalverwerking beschrijven;

  2. de werking van een regelkring in het zenuwstelsel uitleggen;

  3. het verband beschrijven tussen de werking van het zenuwstelsel en het functioneren van een organisme;

  4. de relatie tussen het zenuwstelsel en het zintuig-, spier- en hormoonstelsel toelichten.

Deelconcepten
centraal zenuwstelsel, perifeer zenuwstelsel, grote en kleine hersenen, centra in de hersenschors, witte stof, grijze stof, hersenstam, ruggenmerg, autonoom (vegetatief) zenuwstelsel, animaal zenuwstelsel, ortho- en parasympatisch, sensorische, schakel- en motorische neuronen, cellen van Schwann, myelineschede, synaps, Na/K-pomp, impulsgeleiding, saltatoire geleiding, reflexboog, neurotransmitter, rustpotentiaal, actiepotentiaal, prikkeldrempel, refractaire periode, exciterend, inhiberend, prikkels, mechanische, chemische, temperatuur-, licht-, tast- en pijnreceptoren.

Voorbeeldcontexten

streep groen

bioplek terug